Toen ik in 1999 kennismaakte met dit bijzondere ras, was ik direct verkocht. Het begon allemaal met onze eerste Cardi “Sprokkel” . Toen ze als pupje bij ons kwam, ben ik bij de plaatselijke kynologenvereniging op puppycursus gegaan. Ik vond het belangrijk dat ze zou leren dat niet alle honden er hetzelfde uitzien en het leek me gewoon leuk om iets met haar te doen. Dit alles bleek een groot succes en jawel...Jeannette had een nieuwe hobby! Van de ene cursus kwam de andere en voordat ik het wist, had ik met mijn eerste hondje al stapels diploma’s. Zelfs op het landelijke niveau, het G&G (Gedrag & Gehoorzaamheid), in de klasse 0 t/m 3, bleef ik mijn gezicht laten zien. Dit alles ging natuurlijk niet helemaal vanzelf. Vaak heb ik te horen gekregen dat Sprokkel een eigenwijs hondje was en dat ze me in de maling nam. Maar aangezien Sprokkel een nog eigenwijzer baasje had, ging ik gewoon verder.

Na de eerste twee opvoedingscursussen ging het echte werk beginnen. De oefeningen werden steeds moeilijker en het programma steeds uitgebreider. De oefening apporteren was echt een drama. Maar om dit aan te leren was er in die tijd maar één manier en dat was: je moest je hond vasthouden, haar een beetje opjennen, dan het blok gooien en haar, voor het blok de grond raakte, loslaten. Als je hond dan bij het blok was, moest je wegrennen en haar enthousiast roepen. Nou, dat vond ze wel wat. Ze rende er met een bloedgang achteraan en bij het blok aangekomen keek ze blij om, blafte en omdat ik haar moest roepen, kwam ze ook weer keurig…alleen zonder het blok! Direct kreeg ik te horen dat Sprokkel me in de maling nam.

Dit ging week in week uit zo en toen ik aan de instructeur vroeg: “En nu, zijn er geen andere manieren om dit aan te leren?”, kreeg ik als antwoord: “Sommige honden apporteren nu eenmaal niet!” Diep teleurgesteld ging ik naar huis. Maar ik gaf niet op! Ik was van mening dat Sprokkel me helemaal niet in de maling nam, maar dat ze niet begreep wat ik van haar wilde. Dus ging ik op zoek naar zoveel mogelijk manieren om je hond te leren apporteren. Ik heb ze ook bijna allemaal wel uitgeprobeerd. Ik heb nu de best apporterende hond van de club…Hoezo, sommige honden apporteren niet?

Veel mensen hebben bij het G&G toch nog ouderwetse ideeën. Ze hebben het over appèl en africhting. Voor mij is het niets anders dan een hobby waarbij je je hond kunstjes leert. Een hond heeft nu eenmaal niet het vermogen om te denken: “Hé, het is zondagmorgen, dan gaan we naar cursus en daar zal ik eens leuk mijn baas te kakken zetten.” Vroeger werd nu eenmaal getraind onder het motto: “hoe harder je aan ze trekt, hoe beter ze naar je opkijken”. Hetgeen natuurlijk helemaal niet waar is, maar men wist in die tijd niet beter. Nu hoef je dat bij mijn Cardi’s echt niet te doen. Hoe meer je rukt, trekt en boos wordt, hoe slechter dat het gaat. Je beschadigt op die manier de relatie met je hond. Hij wordt bang voor je en staat niet langer open om iets te leren, laat staan dat het dan nog leuk is om te doen. Het belangrijkste is dat je training gebaseerd is op belonen, niet op straffen en verder…wees rustig en heb vooral veel GEDULD!

Ik had inmiddels ook ontdekt dat je in deze sport wedstrijden door het hele land hebt. En je begrijpt het al…op naar de wedstrijden. Ik weet nog goed dat ik de 1e wedstrijd helemaal niet zenuwachtig was, maar toen iemand vertelde dat ik na het ochtendprogramma op de 2e plaats stond, werd ik het alsnog. Maar Sprokkel bleef koelbloedig en we eindigden als 5e met een beker! Nu, ik kan je vertellen, zo’n glimmertje stimuleert en ik was niet te stoppen. Maar het leukste was, en is nog steeds, dat ik het wel met een Cardi doe. Keurmeesters waren verrukt. Dat was weer eens wat anders, geen Mechelaar of Border Collie, maar een worst op pootjes. Sprokkel heeft in alle klassen G&G wedstrijden gelopen en ik heb me met haar voor bijna alle Nederlandse kampioenschappen geselecteerd.
Met alle ervaring die ik inmiddels heb opgedaan (is geen garantie dat je geen fouten meer maakt) heb ik 3 jaar geleden, bij Ati Dekker, een nieuwe pup uitgezocht. Ik heb er toen extra op gelet om een pup uit te zoeken die graag wat wil doen. Een hondje dat een beetje wil apporteren, met een speeltje bezig is in plaats van met zijn broertjes en zusjes en ook als je het speeltje afpakt het erg graag weer terug wil hebben in plaats van dat hij zich er bij neerlegt. Nou dat heb ik geweten!

Lees verder in deel 2.

Hoe het begon bij De Milligenhof… (deel 1)

Terug naar even voorstellen

Terug naar belevenissen

Ga naar deel 2

Ga naar deel 3

Ga naar deel 4