In november 2006 stierf onze ruim 15-jarige Labrador Rocky. Ze was vanaf ons samenwonen, als pup bij ons gekomen. Ze was een lauwe gemoedelijke hond, die al die jaren rondom de boerderij op ons erf rondscharrelde. We hadden veel plezier van haar en ook voor onze kinderen was ze een makkelijke en rustige hond. We hadden niets met haar te doen, in de zin van opvoeden of zo. Het liep allemaal van een leien dakje.

 

Aangezien we in de tijd van haar overlijden net in een verbouwing zaten, besloten we om niet meteen weer een hond te nemen. We leefden in de rommel en hadden geen tijd om een pup op te voeden. Toen de bouw eenmaal klaar was, kwam het verlangen naar een nieuwe hond al snel. Er was toch een lege plek in ons gezin overgebleven.

We waren het erover eens, dat we niet weer zo’n groot formaat hond wilden en het mocht ook wel een hond zijn met een beetje meer pit. We waren al langer dol op het ras “Welsh Corgi Cardigan”. Dit om zijn grappige uiterlijk en zijn bijzondere karakter. We besloten ons te oriënteren, wat erop neer kwam dat we in augustus 2007 onze Corgi-pup Hummer in huis kregen. Wat een droppie was het toch. We hadden al gauw door dat het qua karakter toch wel iets heel anders was dan onze lauwe Labrador.

We besloten meteen met hem op cursus te gaan bij onze Kynologenclub. Toen Hummer 10 weken oud was, ging hij naar de puppycursus. Daarna naar de cursus beginners (A) en vervolgens naar de gevorderden (B). We haalden met de nodige moeite alle diploma’s. Aangezien Hummer weinig alert was, moesten we hem vaak overal “bij slepen”. Zijn oren leken soms nog als nieuw…met andere woorden, die werden weinig gebruikt.

Hummer trok behoorlijk aan de riem. Naar commando’s luisterde hij wel, maar in zijn eigen tempo en alleen als hij er zin in had. Als er elders op het hondenveld iets leukers te doen was, schaamde hij zich niet om gewoon uit de groep te rennen, op zoek naar het avontuur…hetgeen dan weer uitdraaide op een spelletje “pak-me-dan-als-je-kan”. Hem roepen hielp helemaal niks. Ik stond als een viswijf  te schreeuwen. Daarmee ben ik op een gegeven moment ook maar opgehouden. Gewoon ophalen was het beste, hij luisterde immers toch niet.

De cursusleider was ervan overtuigd dat het deels aan Hummer lag en deels aan mij. Ik was véél te zacht met hem, moest geen tegenspraak dulden en hem veel harder aanpakken. Hummer zou erg dominant zijn! Hij was mij overduidelijk de baas en speelde een spelletje met mij, ik moest hem overtroeven. Dus een slipketting werd aangeraden en ik moest hem daarmee veelvuldig strak corrigeren. Het gevolg: Hummer werd alsmaar dwarser. Hij deed eerder steeds minder voor me in plaats van meer. Een voertje als beloning werd niet getolereerd door de KC, ik had er geen schik meer in. Het voelde niet goed bij mij en voor Hummer ook niet.

Onderhand kwam ik op de 1e clubmatch van de WCCN. Hij werd met een “goed” beloond door de keurmeester, wat ons wat tegenviel. Want kort daarvoor was hij op een andere show nog als “uitmuntend” uit de bus gekomen. Maar onze Hummer bleef er wel gewoon Hummer om. In de pauze van de clubmatch was er een workshop van Jeannette Smits. Ik had me daarvoor opgegeven en deed mee, een beetje in de trant van “vol-verwachting-klopt-ons-hart”. Ik zag dat ik met een hand vol worst en lieve woordjes een heleboel aandacht van Hummer kreeg en veel meer van hem gedaan kreeg dan ik ooit had ervaren. Dit opende mijn ogen, in plaats van “de harde aanpak” kon het dus ook anders!

Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en Jeannette nadien eens te mailen. Ze vroeg naar alle “problemen”. Nou ja, wat we het ergste vonden, was dat hij niet attent was naar mij. Hij kwam niet als ik hem riep. Zo kon ik hem niet vertrouwen. Daarbij rende hij achter fietsers aan, ging met andere honden mee en achter kuddes koeien aan. Alles kwam op hetzelfde neer: hij kwam gewoon niet als ik riep. Hij vond alles leuker en interessanter dan ik. Hij liet zichzelf min of meer uit en hield ons helemaal niet in de gaten. Heel vervelend en vooral ook zeer gevaarlijk. Slechts met moeite durfden we hem los te laten.

Ook thuis was Hummer vrij onrustig. Hij sprong op tegen iedereen bij binnenkomst. Hij drentelde de hele dag achter me aan. Waar ik was, was hij ook. Vooral ’s avonds trok hij erg veel de aandacht, zette het op een blaffen. Hij bracht steeds speeltjes naar ons toe en wist van geen ophouden. Als we hem daarvoor op zijn kop gaven, nam hij dat niet serieus. Hij beschouwde het als een spelletje. Wanneer we hem dan in de gang legden, werd hij wel stil. Maar ja, wie wil er nu een hond die zich alleen in de gang kan gedragen? Alles opsommend leek het toch wel wat problematischer dan we in eerste instantie dachten. Dat hadden we eigenlijk nog niet eens zo in de gaten gehad. Hij was immers zo lief voor de kinderen…maar ook rusteloos en erg aanwezig. Tja, hij leek nooit slaap te hebben. Jeannette besloot me te helpen.

Klik hier voor het vervolg.

Missie “weer baas in eigen huis”

Terug naar gedrag en training